Onderzoek en rapportage | Ministerie van Veiligheid en Justitie

U bent hier:Home Hoe werkt de Raad?  Onderzoek en rapportage

Onderzoek en rapportage

Een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming moet de situatie van het kind en zijn gezin duidelijk in kaart brengen. Het onderzoek draait om de vraag wat het beste is voor het kind. Het rapport bevat een overzicht van de conclusies die de Raad uit het onderzoek heeft getrokken. Ook het advies van de Raad wordt vermeld.

Het onderzoek

Een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming moet de situatie van het kind en zijn gezin duidelijk in kaart brengen. De Raad voert daarom gesprekken met ouders, kinderen en anderen die bij het gezin betrokken zijn. Het onderzoek draait om de vraag wat het beste is voor het kind.

Een medewerker van de Raad, de raadsonderzoeker, doet onderzoek. Hierbij let hij op de ontwikkeling van het kind, de opvoedingsomgeving waarin het kind opgroeit en de hulpverlening die eventueel al is ingezet. De raadsonderzoeker wil een zo goed mogelijk beeld krijgen van het kind en zijn omstandigheden. Zo kan hij bepalen in hoeverre de ontwikkeling van het kind bedreigd wordt en wat daaraan gedaan moet worden. Voorafgaand aan het onderzoek, stelt de raadsonderzoeker een onderzoeksplan op. De raadsonderzoeker houdt daarbij steeds in gedachten dat het zijn taak is om op te komen voor het belang van het kind.

De raadsonderzoeker voert gesprekken met verschillende personen. Hij praat niet alleen met de gezinsleden, maar zo nodig ook met andere betrokkenen, zoals een leerkracht, huisarts of andere hulpverleners. De raadsonderzoeker wordt tijdens zijn onderzoek ondersteund door een gedragsdeskundige en als dat nodig is een juridisch deskundige. In een gezamenlijk overleg nemen zij de beslissingen over het onderzoek. Vanzelfsprekend houdt de raads- onderzoeker uw gezin op de hoogte van het onderzoek.

Naar boven

Het rapport

Een onderzoek wordt afgesloten met een rapport. Daarin beschrijft de raadsonderzoeker de (gezins)situatie van het kind en geeft hij antwoord op de onderzoeksvragen. Ook het advies van de Raad wordt vermeld.

De raadsonderzoeker stelt tijdens zijn onderzoek een rapport op. Hierin beschrijft hij de aanpak en het verloop van het onderzoek en geeft hij antwoord op de onderzoeksvragen. Ook de informatie die ouders en kind hebben gegeven over de genoemde onderwerpen uit het onderzoeksplan komen in het rapport. Daarnaast wordt de informatie opgenomen die anderen hebben verstrekt. Het rapport wordt meestal afgesloten met een advies. De raadsonderzoeker bespreekt in principe zijn voorlopige rapport met het gezin en afhankelijk van de leeftijd ook met de kinderen. Onjuist weergegeven feiten kunnen gewijzigd worden. Andere opmerkingen worden als bijlage aan het rapport toegevoegd. Hierna wordt het rapport definitief. Meestal stuurt de Raad het rapport aan de ouders en soms ook aan het kind. Afhankelijk van het soort onderzoek stuurt de Raad het rapport naar de rechter, de officier van justitie of het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Naar boven

Springend kind in gras