U bent hier:Home Over de Raad Jaarberichten Jaarbericht 2010 Voorwoord Marie-Louise van Kleef & Peter Siebers
De Raad voor de Kinderbescherming komt op voor de rechten van het kind van wie de ontwikkeling en opvoeding worden bedreigd. In gezinnen met ernstige problemen, in het jeugdstrafrecht, bij scheiding van ouders die zelf geen omgangsregeling kunnen afspreken en voorafgaand aan adoptie.
Elk kind moet de gelegenheid krijgen zich te ontwikkelen tot een zelfstandige en evenwichtige volwassene. Dat geldt ook voor kinderen in de knel. De Raad onderzoekt de situatie in gezinnen waar opvoeden een probleem is geworden en waar ouders de noodzakelijke hulp weigeren. De Raad kan dan aan de kinderrechter verzoeken een kinderbeschermingsmaatregel op te leggen. Daarnaast adviseert de Raad de rechter over gezag en omgang na scheiding, als ouders er zelf niet uitkomen. Komt een jongere in aanraking met justitie, dan onderzoekt de Raad de situatie van de jongere en adviseert aan Openbaar Ministerie en kinderrechter over een passende sanctie, die bijdraagt aan een beter toekomstperspectief voor de jongere. Ten slotte onderzoekt de Raad of mensen die een kind willen adopteren geschikt zijn als adoptiefouders.
Na jaren van sterke groei daalde in 2010 het aantal beschermingsonderzoeken door de Raad met ruim 1.000 ten opzichte van het voorgaande jaar naar iets meer dan 19.000 in totaal. Ook het aantal onderzoeken in jeugdstrafzaken daalde, in totaal zijn ruim 33.000 onderzoeken afgerond. Dit zijn er zo’n 1200 minder dan in 2009. Dat is vooral te verklaren door de daling in de geregistreerde jeugdcriminaliteit. De Raad coördineerde in 2010 ruim 18.000 taakstraffen, 3000 minder dan het jaar daarvoor. Het aantal onderzoeken naar gezag en omgang na scheiding gaf geen daling te zien, maar een kleine groei.
In 2010 heeft de Raad intensief verder gewerkt aan het verbeteren van de manier van werken. Doel van het Meerjarenprogramma 2008-2011 is sneller, doeltreffender en professioneler op te treden, in het belang van de betrokken kinderen en jongeren. De resultaten mogen er zijn. Een beschermingsonderzoek bij de Raad was in 2010 twee keer zo snel afgerond als in 2008, met behoud van kwaliteit. Een belangrijke succesfactor hierbij is dat raadsonderzoekers aan minder zaken tegelijk werken, zodat ze intensiever en meer geconcentreerd in elk onderzoek kunnen optreden. Bovendien werkt de Raad met een nieuwe onderzoeksmethode, gestoeld op de jongste wetenschappelijke inzichten. Ook de samenwerking met ketenpartners zoals Bureau Jeugdzorg is intensiever geworden.
In 2010 is een vergelijkbare verandering bij strafonderzoeken in gang gezet. Ook hier werkt de Raad samen met ketenpartners als politie, het Openbaar Ministerie, de kinderrechters en de Jeugdreclassering aan verbetering van de samenwerking, aanpassing van de werkprocessen en actualiseren van de onderzoeksmethode. Jongeren die strafrechtelijk in de fout gaan, kunnen dan op maat worden aangepakt. Liefst met gedragsinterventies die bewezen bijdragen aan vermindering van de recidive.
Inmiddels ontwikkelt de Raad zich meer en meer tot een lerende organisatie, die zich snel en flexibel aanpast aan veranderingen in de omgeving. De wettelijke gronden voor kinderbeschermingsmaatregelen veranderen, het stelsel van jeugdzorg en jeugdbescherming gaat op de schop, jeugdcriminaliteit wordt meer op maat aangepakt met de voorgenomen in voering van een landelijk instrumentarium voor de jeugdstrafrechtketen. De Raad blijft zich ontwikkelen, in het belang van de betrokken kinderen en jongeren!
Marie-Louise van Kleef & Peter Siebers
Landelijke Directie Raad voor de Kinderbescherming